Historie

MIDWINTERHOORN

Omtrent het ontstaan en gebruik van de Midwinterhoorn bestaan vele verhalen.

Een lezing is dat de Midwinterhoorn is ontstaan tijdens de Germaanse joelfeesten. Dat waren feesten rond ca 900 na Christus die zich afspeelden rond de midwinter zonnewende (21 december). De voorloper van de Midwinterhoorn, de zgn. Ossenhoorn, zou rond die tijd geblazen zijn om de god Odin of Wodan te helpen bij zijn jacht op de wolf Fenrir. Wodan was de god van onder meer de dood en de stormen. Hij berijdt een achtbenige schimmel met de naam Sleipnir door de hemel en heeft een speer in zijn hand. En om Wodan bij te staan deed men wat men kon om de wilde jacht zo groot mogelijk te doen lijken; men imiteerde geluiden die met deze jacht gepaard gingen; het zgn. stormen en hoornblazen of joelen. De wolf Fenrir zou de zon namelijk willen verslinden waardoor het altijd donker zou zijn. Als Wodan erin zou slagen Fenrir te verjagen zou het licht terug komen.

Later is dit fenomeen omgedoopt tot Adventsperiode, de aanlooptijd naar Kerst. En dus gekoppeld aan het christelijke kerstfeest. De Midwinterhoorn zou dus evengoed Kersthoorn kunnen heten.

De herders, die de geboorte van Jezus Christus aankondigden met een hoorn staan aan de basis van het oude gebruik van de Midwinterhoorn. De herders werkten vroeger mee aan het kerstgebeuren in de rooms katholieke kerken door in de kerstnacht bij de kribbe op hun hoorns te blazen. In Twente bleef de zgn. herdertjesmis nog lang bestaan. Door de kerstening is het feest van de zonnewende, de Germaanse viering van de geboorte van de zonnegod, verweven met de feestelijke herdenking van de komst van Christus. In december, waar de dagen steeds korter worden, kijkt men uit naar de kerstdagen en oud en nieuw. Ook omdat daarna de zon dagelijks weer langer boven de horizon vertoeft en de mooiste tijd van het jaar, de lente en vroege zomer, weer dichterbij komen. Het christendom heeft in feite heel handig ingehaakt op de bestaande heidense feesten door de vele goden te vervangen door de ene Heer.

In Twente en Achterhoek herinnert oa “Derk met n beer “nog aan de wilden jacht. Hier is de god Fro verworden door een zekere Derk die, gezeten op een manlijk zwijn, door de lucht vliegt en alles meeneemt wat in rond de huizen slingert. Volgens de Germaanse mythologie reed Fro altijd op een zwijn, Goudborstel genaamd.

Zowel de Ossenhoorn als Midwinterhoorn werden ook als communicatiemiddel gebruikt. In Drenthe is de Boerhoorn bekend; deze werd geblazen door de Boerrichter, die aan het hoofd van de boerschop stond, om de boeren bijeen te roepen.

Ook elders werd de Midwinterhoorn gebruikt om te waarschuwen tegen ongewenste dienaren van de macht. In Kotten (bij Winterswijk) werd de hoorn gebruikt om smokkelaars in de grensstreek te waarschuwen voor de politie. Op papier is bewaard gebleven dat de ambtenaar al eens een hoorn heeft kapot geslagen. De boer zou hebben beweerd dat hij de hoorn alleen gebruikte om zijn knechten te roepen.

Een andere visie is dat het Midwinterhoornblazen een eeuwenoude traditie was, die bedoeld was om boze machten angst aan te jagen.

Na 1800 werd er voornamelijk nog in Twente geblazen . In die tijd was het protestantisme de staats godsdienst maar het katholicisme kwam op. In die tijd werd de Midwinterhoorn gebruikt om de boeren te waarschuwen voor de Drost. De Drost was een wetsdienaar die rondreed om oa katholieke boeren te betrappen tijdens de misviering. Met de Midwinterhoorn waarschuwden de boeren elkaar om zo te stoppen met de mis.

Uit overleveringen weten we dat tijdens de Eerste Wereldoorlog de Midwinterhoorn werd gebruikt om waarschuwingssignalen te geven. In het oosten van het land werden smokkelaars op deze manier gewaarschuwd voor de marechaussee. Ook weten we dat in de Tweede Wereldoorlog de Midwinterhoorn als waarschuwingssein werd gebruikt om onderduikers te op de hoogte te stellen als er gevaar dreigde. Tegenwoordig wordt de Midwinterhoorn alleen nog vanaf de eerste Adventszondag tot Driekoningen (6 januari) gebruikt. Er mag alleen nog op de hoorn geblazen geworden om het evangelie van de geboorte van Christus te gedenken.

Het oudste bericht dat gevonden is, stamt uit 1485 uit Sonsbeck, een plaats over de grens bij Venray.

Het winterse Twente ademt de sfeer, die bij kerstdagen hoort. Het intieme landschap met zijn houtsingels en wallen en oude boerenerven is daar debet aan. Maar tevens de oude gebruiken, die hier langer dan elders in ons land standhielden.

Rond 1900 was het Midwinterhoornblazen vrijwel op sterven na dood maar in de vijftiger jaren in ere hersteld door wijlen Toon Borghuis uit Oldenzaal. Uit het begin van deze eeuw dateert trouwens de blikken hoorn, een product van de Twentse dorpssmid. Deze was echter een kort leven beschoren.

Het herstel van de traditie ging wel gepaard met enige problemen. Er waren twee groepen, die elkaar heftig bevochten om de oudste eer en gewoonten. Zo was “d Olde Roop”(enkele summiere tonen van de hoorn) de echte traditie en moest worden gekoesterd en bewaard. Anderen, de zogenaamde melodieblazers, wisten soms een zeventonige melodie voort te brengen.

Het Midwinterhoornblazen komt thans nog voornamelijk voor in het Nedersaksische taalgebied. Als koploper in Twente, maar ook op sommige plaatsen op de Veluwe, in de Achterhoek en in Drenthe blazen mensen op de Midwinterhoorn. In Duitsland behoren Neuenhaus en Lage tot dit taalgebied en ook hier is het Midwinterhoornblazen populair. Ook in Polen rond Warschau wordt er nog op de Midwinterhoorn geblazen. In het Nederlandse deel van het Nedersaksische taalgebied zijn ongeveer 800 blazers, waarvan een groot deel in Gelderland, zo’n 350.

Zowel vroeger als tegenwoordig wordt de Midwinterhoorn gemaakt van een berk, els of wilg. Hierbij moet de stam een bepaalde kromming en een dik einde vertonen.

De hoorns kunnen worden verdeeld in twee types. De zogeheten natte en droge hoorns.

De natte hoorn is niet op elkaar gelijmd of gebonden maar door middel van biezen die tussen de helften worden gelegd en vervolgens aan elkaar werden gemaakt met twijgen of wilgentenen. Vervolgens moet deze hoorn enkele dagen in water worden gelegd zodat de bies uitzet en de dichting compleet is.

Bij de droge hoorn passen de twee helften precies op elkaar waarbij de dichting door verlijming ontstaat. Deze hoorn wordt thans nog vrijwel uitsluitend gebouwd.

Het blazen op de Midwinterhoorn kost behoorlijk wat energie. Er wordt nooit tegelijk geblazen, maar wanneer er twee tonen zijn geblazen, luisteren mensen of er ook iemand anders blaast. Deze tijd wordt ook als adempauze gebruikt. Hoort de blazer niets, dan blaast hij of zij de eigen melodie en sluit af met

de twee tonen waar hij of zij ook mee begonnen is. Dan dient er een rustpauze te vallen voordat een volgende blazer gaat blazen. Dit wordt ‘gedragen blazen’ genoemd, waarmee er rekening wordt gehouden met de boodschap die er bij het Midwinterhoornblazen uitgedragen hoort te worden.

Blazers die niet zijn aangesloten bij een vereniging zullen in de meeste gevallen toch rekening houden met deze ongeschreven regels. Alleen bij uitzondering wordt er buiten de vastgestelde tijd in het openbaar op de Midwinterhoorn geblazen.

Een voorbeeld hiervan kan zijn bij de begrafenis van Midwinterhoornblazer. Optredens vinden voornamelijk bij kerken en kerstvieringen plaats, zowel overdag als ’s avonds. Ook bij winterwandelingen zijn vaak groepen Midwinterhoornblazers aanwezig. In de schemering klinkt het blazen nog melancholieker, en ook het vriezen heeft invloed op de klank.

Het liefst blazen mensen in groepen van vier à vijf personen. Zijn er meer, dan is de wachttijd vaak te lang, zeker als het koud is. De voorman van de blazers regelt de opstelling en de richting waarin wordt geblazen. Het is belangrijk dat de blazers niet te dicht bij elkaar staan. Staan de blazers in een kring met de gezichten naar binnen, dan klinkt iedere hoorn een andere kant op. Om het Midwinterhoornblazen het best te kunnen beluisteren is een stille omgeving belangrijk en kan iemand het beste op zo’n 100 meter afstand staan. Als blazers bij vorst in het open veld blazen, kan het geluid van de Midwinterhoorn wel tot tien kilometer ver dragen.

Midwinterhoornblazen is relatief eenvoudig te leren. Ervaring is niet beslist nodig en het is gezellig om op deze manier een stuk traditie in stand te houden, door mee te werken aan het doorgeven van dit erfgoed. Op 13 december 2013 is het Midwinterhoornblazen in de provincies Gelderland en Overijssel door het Nederlands Centrum van Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed opgenomen in de nationale inventarisatie van Immaterieel Cultureel Erfgoed.

Bronvermelding: Het Midwinterhoornblazen- Everhard Jans